Ziekte, burnout en reintegratie
Kerkelijke medewerkers hebben recht op de gebruikelijke voorzieningen via een Arbo-dienst.
Stress hoort bij het leven
Het lijkt of werken alleen gepaard kan gaan met stress. Iedereen heeft het druk, altijd moet de agenda opengeslagen worden. Dan hoor je erbij, dan ben je van deze wereld. Het lijkt of we niet willen, maar toch. We rennen allemaal mee.
Bepaalde stress hoort erbij
Stress is heel gewoon. Iedereen heeft er mee te maken. Denk maar eens aan je eerste spreekbeurt, een examen, op huisbezoek gaan, voor het eerst bidden met de kerkenraad. De uitwerking die (een beetje) angst voor nieuwe of bijzondere werkzaamheden op iemand kan hebben is totaal verschillend. De een voelt zich helemaal leeg worden. Weet niet meer wat te zeggen en krijgt een black out. De ander krijgt juist de geest als het moment echt daar is. Op een spannende situatie reageert het lichaam door harder te werken: ademhaling gaat sneller, het hart pompt wat af, de oogpupillen verwijden zich en er is geen hap door de keel te krijgen.
Waarschijnlijk worden deze activiteiten door iedereen herkend. Niet iedereen zal dit soort zaken ‘stress’ noemen. Er zijn vele woorden voor: gespannen, angstig, er-tegen-op-zien. Tegenwoordig vangt men het vaak onder het begrip stress. Spanning is niet altijd slecht, het helpt ook om grenzen te verleggen. Daar wordt men meer mens van.
Moet alles kunnen?
De bron van stress zit meestal in jezelf. Jij bent namelijk degene die jezelf allerlei dingen op kunt leggen of overal de uitdaging in ziet. Doen de anderen dat? Vragen of je in een commissie komt, of je nog een extra vergadering bij wilt wonen of misschien ben jij de enige die de kindernevendienst kunt redden? Dat is dan heel mooi. Dat zijn de situaties. Die zijn niet te veranderen. Je kunt mensen niet tegenhouden jou iets te vragen. Maar op al die vragen zijn meerdere antwoorden mogelijk. Het heft heb je zelf in handen, je kunt ja zeggen, nee zeggen, of: op dit moment niet, over een jaar zal ik het opnieuw bezien.
Als je ja zegt heb je het nog drukker dan je al had. Misschien wordt het nieuwe clubje of die kleine klus erbij net te druk. Dan sta je steeds onder spanning. Alles moet kloppen en op elkaar aansluiten en anders gaat het fout. Dat houdt geen mens vol. De een wel langer dan de ander, maar het gaat een keer mis. Dan moet je helemaal rust houden. Wie is daar mee geholpen? Niet alles kan dus.
Nee-zeggen
Eén van de lastigste dingen die er zijn is ‘nee’-zeggen. Als je ‘ja’ zegt op verzoeken ziet het leven er veel leuker uit. Je hoort erbij, mag meepraten, men heeft waardering voor je, je krijgt complimenten dat ze altijd op je aankunnen enz. Dat is prettig. Als je iets leuk of fijn vind, moet je ook gewoon ‘ja’ zeggen. Die werkzaamheden die bij die taak horen geven misschien wel wat spanning, maar dat is niet erg, dat is de uitdaging en je grenzen verleggen in positieve zin. Het verrijkt je leven.
Als je ‘ja’ zegt terwijl je eigenlijk weet dat je er geen tijd voor hebt, dan levert het stress op. Dat kan thuis zijn. In je familie of gezin vinden ze dat jij ook wel eens een handje uit kunt steken. Daar onttrek je je steeds aan verantwoordelijkheden en verplichtingen, dat geeft problemen en daardoor stress. En niet bepaald positieve stress, spanning. Als je met ruzie van huis gaat , kun je je nooit voor 100% bij die andere taak bepalen. Soms moet je wel eens nee durven zeggen.
Is de wereld te veranderen?
Daar ga ik vanuit, maar het gaat heel langzaam. Dat betekent dat stappen vooruit maar hele kleine stapjes zijn. Je ziet dat iemand onrechtvaardig behandeld wordt. Omdat je het ziet, het herkent, wil je er ook wat aan doen. Dat zijn van die gebeurtenissen die veel stress opleveren. Het eraan denken alleen al, daar kun je wakker van liggen. Dan kom je in een negatieve spiraal en dat levert tenslotte het gestresste gevoel. Je wilt iets, je moet wat en weet niet waar te beginnen of wat te doen, maar je denkt er wel steeds aan.
Dat zijn hele lastige gebeurtenissen. Toch zit ook in dit geval de stress in jezelf. Waarom lig jij er wakker van en b.v. een collega of een kerkenraadslid niet. Dat heeft vooral te maken met hoe je met de situatie omgaat en hoe je die een plek geeft. Spring je er zo in, of denk je er alleen aan en doe je niets. Laat niet het probleem van een ander jouw probleem worden. Ga dan het gesprek aan, zoek samen naar oplossingen.
Communicatie
Een van de belangrijkste stress-veroorzakers is communicatie. Beter gezegd: miscommunicatie. Op het werk, in het vrijwilligerswerk, in je gezin of vriendenkring. Overal komt het voor. “Ik dacht dat jij dat wel wist. Waarom heb je dat dan niet even gevraagd? Dan had je een hoop ellende voorkomen”. Regelmatig denken we voor elkaar. Dat lijkt goed, maar pakt vaak verkeerd uit. Als je denkt dat die ander denkt dat…. Dan is het toch goed om dat altijd even te checken. Een volkswijsheid zegt: niet denken, maar doen! Dus niet ’o, ik dacht dat jij dat wel zou doen, want jij regelt die vergadering altijd’ maar even vragen: heb je zoals altijd die vergadering geregeld? Neen, wil je dat dan alsnog doen?’ Het is soms zo simpel. We bellen, faxen en e-mailen wat af tegenwoordig en het lijkt wel of er meer misverstanden zijn dan ooit. Misschien praten we te weinig. Werk is bijna altijd teamwerk. Maak goede afspraken.
Elastiek te lang opgerekt
Regelmatig wat stress is niet zo’n ramp. Het is vergelijkbaar met elastiek. Je denken en doen worden opgerekt, de grenzen verlegd. Daarna komt het elastiek weer terug op de gewone lengte. Als de gebeurtenis heel spannend en bedreigend is geweest dan duurt het allemaal wat langer. Het elastiek blijft dan uitgerekt: overstressed of overspannen. Dit kan ook gebeuren als je nooit tot rust komt. Op het werk moet het allemaal door, eigenlijk net teveel of net te moeilijk. Thuis mag er ook niets fout gaan, omdat de taken op elkaar zijn afgestemd en echt ontspannen lukt niet. Als dan ook nog ie vader, moeder of partner ziek wordt, dan hou je het meestal vol tot je hulp niet meer nodig is en dan stort je in. Dan was het allemaal teveel, het elastiek was te lang uitgerekt en dan springt het niet meer terug, dan gaat het lubberen, dan ben je op. Tegenwoordig wordt dat vaak burn-out genoemd, opgebrand. Of overspannenheid en burn-out hetzelfde is, daarover verschillen deskundigen. Het is ook niet zo belangrijk om de precieze naam te weten. De gevolgen zien er hetzelfde uit: uitgeput, moe, niet slapen, nergens zin in enz.
Voorkomen en begeleiden
Stress is niet te voorkomen. Het hoort bij het leven. Alleen: het elastiekje moet wel weer terugschieten, dan blijft er rek in. Af en toe grenzen, krachten, energie oprekken is geen probleem. Wel weer op tijd rust nemen, afstand nemen, hulp vragen. Mensen die groot kunnen zijn (uitrekken) moeten ook leren klein te zijn (even niet). Dus je zelf leren kennen. Het heeft geen zin om je met een ander te vergelijken. De ene mens is de andere niet, de ene kan meer dan de ander. Soms kun je meer dan je zelf denkt. Na inspanning moet er echter ook altijd ontspanning zijn, lichamelijk en geestelijk. Afwisseling in het leven is daarom goed. Dat weet iedereen. Dan is het nog een kwestie van doen, naar jezelf luisteren. Je lijf geeft echt vroegtijdig signalen, die moet je willen horen.
Is het elastiek te vaak achterelkaar of te lang opgerekt geweest: schroom niet om hulp te vragen. Zelf red je het dan vaak niet meer. Als je een baan hebt kom je bijna automatisch bij de bedrijfsarts terecht. Maar dan ben je al te laat, want normaliter zit je dan al ziek thuis.
Trek zelf tijdig aan de bel. In je eigen kring met mensen praten en kijken of er (tijdelijk) iets aan de situatie veranderd kan worden. Een gesprek met de huisarts of maatschappelijk werk zou ook bovenaan het lijstje moeten staan.
Stress
Veel is er de laatste jaren over geschreven, veel wordt er over gepraat. Stress is niet altijd te voorkomen en dat hoeft ook niet altijd . Belangrijk is wel hoe jij met die stress-situatie omgaat. Soms moet je leren om op een andere manier te kijken; soms gewoon nee-zeggen. En soms dingen bespreekbaar maken.
Willy Westerlaken,
bedrijfsmaatschappelijk werker



