Columns voorzitter
"Allemaal oud spul"
Als vutter heb ik verschillende taken op mij genomen om voeling te houden met de werkvloer. Maar daarnaast is het fijn om eens toe te komen aan werk waarvoor eerder geen gelegenheid bestond. Zo houd ik van geschiedenis en ben gaan deelnemen aan een commissie die het archief van de Protestantse Gemeente Utrecht aanvult. U begrijpt dat je dan nogal wat interessants tegenkomt. “Ach, allemaal oud spul”, denkt iemand die ahistorisch denkt. Maar soms krijgen stukken een verrassende actualiteit en maken je bewust van de ontwikkeling waarlangs huidige verworvenheden zijn ontstaan. Een willekeurig stuk besloot ik zelfs te kiezen voor deze column.
Het gaat om een akte uit 1781 die een schikking beschrijft tussen een weduwe en het bestuur van de Janskerk. Haar echtgenoot was bode en doodgraver van deze kerk en het echtpaar woonde in een huisje tegen de kerk “achter tegen het koor, tusschen de pijlaren, naast den uitgang van de bibliotheecq”, dit huisje bestaat nog steeds. De bode overleed en het bestuur benoemde al een opvolger. Maar de weduwe weigerde sleutels, graflijsten, gereedschappen, stoelkussens en stoven en ook haar woning af te staan. De in prachtige krulletters geschreven akte geeft een beeld van moeizame onderhandelingen die moeten zijn gevolgd. Het wordt duidelijk: de vrouw vocht voor haar pensioen en moest daarvoor, wat wij nu een nabestaandenregeling noemen, afdwingen. Ze was op dat moment waarschijnlijk vooral in rouw gedompeld over het verlies van haar echtgenoot, maar ze wist toch een regeling voor elkaar te krijgen. De akte meldt dat zij uiteindelijk toezegde haar woning te verlaten en alle genoemde spullen af te geven, de nieuwe bode en doodgraver ‘genoegzaam informatie te geeven’ en hem anderszins behulpzaam te zijn. Maar daar stelde het kerkbestuur wel tegenover dat zij nog een half jaar de ‘tractementen en emolumenten’ van haar echtgenoot ontving en daarna tot haar levenseinde een wekelijkse uitkering van ‘1 gulden en 10 stuivers’.
U begrijpt het al – de eerste die ik dit verhaal vertelde zei: heel actueel met de huidige discussie over de AOW! Natuurlijk staan we mijlenver af van de situatie van willekeur waarvan de akte een beeld geeft. Maar dat verschil is niet vanzelf ontstaan. Vele jaren van sociale en politieke inzet hebben dit verschil gemaakt, zoals CNV-beleidsmedewerker Piet Hazenbosch beschrijft in het boek over de 100-jarige geschiedenis van het CNV. U kent ze in uw omgeving ook wel, personen die niet de moeite nemen lid te worden van een vakbond. En zelfs die de collectieve arbeidsvoorwaarden een blok aan het been vinden. ‘Ik kom wel voor mezelf op’, kun je roepen zo lang je individueel sterk staat. Maar de samenleving raakt in verval, als we de regelingen voor gezamenlijke verantwoordelijkheid en solidariteit niet onderhouden, en de organisaties die zich hiervoor inzetten in stand houden en zonodig vernieuwen. U begrijpt het alweer: lid zijn van een vakbond vind ik in dat verband het minste wat je kunt doen.





